|
Pagina 6 van 9
Ingrijpen versus meegeven : milieudeskundige Frans
Berkhout ontmoet geoloog Salomon Kroonenberg
Door Martijn van Calmthout en Peter Giesen
Hij heeft de film van Al Gore twee keer gezien, zegt Salomon
Kroonenberg, hoogleraar geologie in Delft. De dingen waarvoor hij
waarschuwt, en waarvoor hij ons bang maakt, gebeuren niet voor de
eerste keer op aarde. Een stijging van de zeespiegel met 6 meter,
bijvoorveeld. In de vorige warme tijd, 120 duizend jaar geleden, was
de zeespiegel 6 meter hoger. Toen was het CO2-gehalte in de lucht
veel lager, op een pre-industrieel niveau.
Als je dat ziet, denk je: wie garandeert mij dat ik die stijging
van de zeespiegel kan voorkomen, als ik voortaan op de fiets naar
mijn werk ga. Want kennelijk kan zon stijging ook in de natuur
voorkomen, zonder dat het kooldioxide-gehalte in de atmosfeer
stijgt.
In de film laat hij ook zien dat het Aralmeer opdroogt. Maar wat
hebben ze gevonden op de bodem van het Aralmeer? Een middeleeuws
mausoleum. Het Aralmeer is gedurende de laatste tweeduizend jaar
vier keer drooggevallen. Als we alleen de korte termijn in
ogenschouw neemt, kijken we door een sleutelgat naar een balzaal en
zien we alleen een detail van een jurk. Ik probeer de hele balzaal
te laten zien.
Berkhout, milieuhoogleraar aan de IVM van de Vrije Universiteit:
Ik vond het verhaal van Gore heel indrukwekkend. Je kunt natuurlijk
twisten over de beelden van antarctische ijsvelden die in zee
storten, maar ja, dat zijn beelden die men gebruikt om argumenten
over te brengen. Dat is niet hetzelfde als een wetenschappelijk
verhaal, waar je altijd met onzekerheden te maken hebt, waarin je
voorzichtig moet zijn.
Kroonenberg: Het probleem is niet dat het
bangmakerij zou zijn. Mijn punt is: als je ervan uit gaat dat het
klimaat altijd verandert, kijk je anders tegen de dingen aan dan
wanneer je zegt: het klimaat was constant en nu begint het warmer te
worden. Gore beweert dat het klimaat elfduizend jaar constant is
gebleven. Dat is een demagogisch trucje waarmee hij suggereert dat
er nu pas echt iets aan de hand is. Maar dat is niet waar: in die
elfduizend jaar is de zeespiegel 50 meter gestegen en is Washington
DC veranderd van een toendra in een eikenbos.
Berkhout: Het is natuurlijk waar dat er in de
4,5 miljard jaar dat de aarde heeft bestaan, talloze veranderingen
hebben plaatsgevonden. Maar we willen het moment waarin wij nu
leven, beter begrijpen en de consequenties van klimaatverandering
beheersen. Het is wetenschappelijk wel interessant om een lange
periode naar voren of naar achteren te kijken. Maar mijn vraag is:
is dat relevant voor het probleem waar we nu, in deze eeuw mee
zitten?
Kroonenberg: Ja, ik zal een voorbeeld geven. TNO
heeft een studie gedaan over de opslag van CO2 in de grond. Dat zijn
mooie modelletjes: je ziet de CO2 steeds verder in de zandsteen
schuiven, tot over tienduizend jaar. Maar over tienduizend jaar zijn
we op weg naar een nieuwe ijstijd. Dat kun je gewoon uitrekenen.
Misschien willen we dat CO2 wel terughebben. Misschien zeggen de
mensen dan: waarom hebben ze dat in godsnaam in de grond gestopt? Ze
wisten toch dat er een ijstijd aan kwam? Waarom denken we niet na
over de periode na de 21ste eeuw?
Berkhout: Het probleem is juist dat mensen niet
nadenken over de lange termijn. Bedrijven denken in termijnen van
drie jaar, politici in vijf jaar, een waterschap misschien in dertig
jaar. In het klimaatdebat wordt er opeens gezegd: nu moet je over
honderd jaar denken. Dat is lastig, zeker als je over
maatschappelijke ontwikkelingen nadenkt. Over honderd jaar hebben we
een heel andere wereld. De technologie is beter, de mensen zijn
rijker en leven langer.
De Amerikanen denken ook: over veertig of vijftig jaar zijn we
veel beter in staat dit probleem aan te pakken. Maar het probleem is
dat wij dan een grootschalig experiment met de aarde voeren. Wij
weten niet of de aarde nog leefbaar is voor zes of acht miljard
mensen als het gemiddeld 5 of 6 graden warmer wordt. Bovendien: als
je een stabilisatie van de broeikasgassen wilt bereiken, zodat de
temperatuurstijging beperkt blijft tot een veilig niveau van 2 of 3
of misschien 4 graden, dan moet je de komende twintig tot dertig
jaar beginnen met de uitstoot reduceren.
Kroonenberg: Maar hoe zouden we reageren als de
temperatuur weer naar beneden gaat? Dat punt hoeft helemaal niet zo
ver weg te liggen. Als er bijvoorbeeld een grote vulkaaneruptie zou
plaatsvinden in Yellowstone Park of Krakatau, dan wordt het weer
kouder. Zo gek is dat niet, want dat is tussen 1940 en 1975 ook
gebeurd. In die periode dacht men ook dat we naar een volgende
ijstijd zouden gaan. Als het klimaat in de 20ste eeuw zo
gefluctueerd heeft, waarom zou dat in de 21ste eeuw niet gebeuren?
De CO2-curve steeg ook, toen het kouder werd tussen 1940 en 1975.
De correlatie tussen CO2 en temperatuur is dus niet één op één. Dan
wordt de vraag: hebben wij wel de macht om het gewenste effect te
bereiken door de CO2-uitstoot te reduceren? We hebben als mensen de
temperatuur omhoog gebracht, zo lijkt het tenminste, door met CO2 te
knoeien. Maar gaat de temperatuur ook terug als we dat niet meer
doen?
Het klimaat is een heel complex systeem. Als de effecten van
mitigatie - verminderen van de CO2-uitstoot - zo onzeker zijn,
waarom zetten we onze kaarten niet veel meer op adaptatie, het
aanpassen aan veranderde omstandigheden?
Berkhout: Ik denk dat we hier een
risicobenadering moeten gebruiken. Volgens de stand van de
wetenschap is het risico dat de temperatuur gaat stijgen, veel
groter dan het risico dat de temperatuur zal dalen.
Het is natuurlijk een optie om ons aan te passen. Dan maken we de
dijken hoger, geven iedereen een airco, gaan druiven kweken,
ontruimen een deel van de Randstad omdat we de risicos te groot
vinden. Stern heeft ook laten zien dat de kosten van de
klimaatverandering heel hoog kunnen zijn, tot 20 procent van het
bruto mondiaal product, zegt hij. De kosten van mitigatie worden
door hem geschat op 1 procent. Dat lijkt me te laag, ik houd het op
2 tot 4 procent. Maar dan is mitigatie nog altijd de betere
deal.
Kroonenberg: Maar Stern maakt twee kapitale
fouten. In de eerste plaats gaat hij ervan uit dat mitigatie het
gewenste effect heeft. Dat is niet vanzelfsprekend. In de tweede
plaats noemt hij de kosten van mitigatie laag. Als je ziet hoe
moeilijk het is om landen ertoe te bewegen 0,7 procent van hun Bruto
Nationaal Product aan ontwikkelingshulp te geven, dan lijkt me dat
een volstrekte illusie dat je dat voor elkaar krijgt.
Berkhout: Als je het niet doet, heb je later
veel hogere kosten.
Kroonenberg: Dat hangt ervan af. Als je, zoals
Stern, uitgaat van de allerextreemste klimaatscenarios, dan kom je
inderdaad uit op hoge kosten. Maar ik geef de voorkeur aan een
stapsgewijze benadering, waarin de nood gelenigd wordt in gebieden
waar zij het hoogste is. Niet in Nederland, maar in Bangladesh
bijvoorbeeld.
Dan stel ik me op het standpunt van een boer in Bangladesh. Ik
zeg tegen hem: hoor eens, ik heb hier 100 miljoen euro, wat wil je
dat ik doe? Wil je dat ik CO2 in de grond stop in Nederland, zodat
jij over een eeuw 20 procent minder overstromingen hebt, of wil je
dat ik dijken rond je land bouw? Dan geloof ik dat dijken
effectiever zijn.
Berkhout: Adaptatie en mitigatie moet je
natuurlijk allebei doen. Maar de meeste onderzoekers geloven dat je
het met adaptatie alleen niet redt. De kosten zijn te hoog, de
kwetsbaarheid loopt op. Ook in Nederland.
Kroonenberg: Nederland, dat is luxe
kwetsbaarheid.
Berkhout: Maar Nederland is toch kwetsbaarder
dan andere Europese landen die hoger liggen.
Het klimaat is een complex systeem dat we niet helemaal
begrijpen, maar waarvan we wel absoluut afhankelijk zijn.
Kroonenberg: Dus je wilt het klimaat constant
houden.
Berkhout: Nee, dat is onmogelijk. Het klimaat verandert nu al.
Die verandering is nu aan een versnelling bezig, die nieuwe risicos
met zich meebrengt.
Kroonenberg: We zijn gewend aan dag en nacht,
aan zomer en winter, aan de getijden. Waarom kunnen we niet wennen
aan een klimaat dat verandert? Een klimaat is toch niets anders dan
het gemiddelde van het weer?
Berkhout: Maar hoe snel verandert het klimaat?
Kunnen ecosystemen zich aanpassen. Een mondiale stijging van vijf of
zes graden heeft akelige consequenties voor de landbouw, voor de
honderden miljoenen mensen die in megadeltas wonen. Daar speelt Gore
natuurlijk op. Aan het einde van de eeuw zouden er grote rampen
kunnen gebeuren, die niet alleen veroorzaakt worden door het
klimaat, maar waar het klimaat wel een drijvende kracht achter
is.
Kroonenberg: Ik ben bang dat we verkeerde
prioriteiten leggen. Adaptatie, zoals het aanleggen van hoge dijken,
is natuurlijk symptoombestrijding. Je zou zeggen: het is beter om
het probleem met wortel en tak uit te roeien. Maar voor mijn gevoel
is deze wortel veel te groot voor ons.
Ik maak er bezwaar tegen als er straks miljarden worden
uitgegeven om CO2 in de grond te stoppen of voor andere
technologische hoogstandjes waarvan het effect onzeker is. Dat geld
kun je beter investeren in goedkope ontziltingsinstallaties, zodat
mensen ondanks het afsmelten van de gletsjers toch drinkwater
hebben, in alternatieve landbouwgewassen die het in andere
omstandigheden goed doen.
Berkhout: Je moet het allebei doen, adaptatie en
mitigatie. Niemand zegt dat we precies weten hoe sterk de
temperatuur zal stijgen. Maar we weten wel dat het warmer zal
worden, zo veel waarnemingen zijn er, zo veel vertrouwen hebben we
ook in onze modellen. We weten ook welke consequenties dat zal
hebben, zoals verdroging in de tropen en de subtropen, consequenties
ook voor de voedselvoorziening. Dat kunnen we bestrijden door die
mensen te helpen, bijvoorbeeld met andere gewassen of nieuwe
manieren om water op te slaan. Maar dat kan ook op een andere
manier, door te voorkomen dat het klimaat veel te snel
verandert.
Kroonenberg: De mens heeft zelf een proces in
gang gezet door CO2 in de lucht te brengen. Maar ik geloof dat we
ontzettend optimistisch zijn, dat we onszelf overschatten, als we
geloven dat we zon proces weer naar believen kunnen reduceren, naar
2 of 5 graden opwarming. Ik geloof niet dat we het mechanisme zo
goed in de hand hebben.
CO2 is maar een van de talloze factoren die het klimaat bepalen.
In het grootste deel van de geschiedenis is CO2 volgend geweest,
niet sturend. Al Gore vertelt dat fout in zijn
film. Artikel: Ingrijpen versus
meegeven
Auteur: Martijn van Calmthout en Peter
Giesen
Bron: De Volkskrant van zaterdag 23 december
2006
|