
A QUESTION OF BALANCE WEIGHING THE OPTIONS ON GLOBAL WARMING POLICIES William Nordhaus ---

EARTH: THE SEQUEL THE RACE TO REINVENT ENERGY AND STOP GLOBAL WARMING Fred Krupp en Miriam Horn ---

FIXING CLIMATE. WHAT PAST CLIMATE CHANGES REVEAL ABOUT THE CURRENT THREAT AND HOW TO COUNTER IT Wallace S. Broecker en Robert Kunzig ---

GLOBAL WARMING. LOOKING BEYOND KYOTO Ernesto Zedillo (red.) ---

PLOWS, PLAGUES, AND PETROLEUM HOW HUMANS TOOK CONTROL OF CLIMATE William Ruddiman ---

THE CHILLING STARS. A NEW THEORY OF CLIMATE CHANGE Henrik Svensmark en Nigel Calder ---

UNSTOPPABLE GLOBAL WARMING, EVERY 1500 YEARS S. Fred Singer en Dennis T. Avery
|
Waar het gaat om klimaatverandering is de kloof tussen alarmisten en sceptici diep. Vooral omdat we de waarheid nog niet kennen.
Er is geen houden aan. Sinds Al Gore de sluizen heeft opengezet, wordt
de wereld overspoeld door boeken over het klimaat. Alleen al bij
Amazon.com tel ik meer dan driehonderd titels, allemaal de laatste
jaren verschenen. En dat is bij lange na nog niet alles, want na
driehonderd heb ik het hoofd in de schoot gelegd. Er zijn vriendelijke
boeken bij, zoals
How to Garden in a Changing Climate en
A Buddhist Response to the Climate Emergency, maar er zijn ook virulente schreeuwlelijken. Wat dacht u van:
Boiling
Point. How Politicians, Big Oil and Coal, Journalists, and Activists
Have Fueled a Climate Crisis – And What We Can Do to Avert Disaster,
alles met die lekkere Amerikaanse hoofdletters om het drama nog eens
extra aan te dikken. Hun tegenstanders doen daar niet voor onder:
Red Hot Lies. How Global Warming Alarmists Use Threats, Fraud, and Deception to Keep You Misinformed. En:
The
Really Inconvenient Truths. Seven Environmental Catastrophes Liberals
Don’t Want You to Know About, Because They Helped Cause Them. De
laatste titel prijst zichzelf aan als ‘een boek dat Al Gore liever zou
verbranden dan lezen’. Allemaal op Amazon.com gezien, want ik heb die
boeken niet gelezen en ik ga ze niet lezen ook.
Wat betekent deze orkaan van publiciteit? Waarom slaan de mensen zo
verschrikkelijk op hol en is iedereen in paniek? Valt er in zo’n sfeer
nog iets verstandigs over het klimaat te zeggen? De grondoorzaak van
deze overvloed aan publicaties ligt in onzekerheid. We weten niet zeker
of het klimaat door menselijk handelen buiten zijn historische oevers
treedt. En als dat wel zo mocht zijn, dan weten we niet wat we ermee
aan moeten. Moeten we er blij om zijn, omdat we door de uitstoot van
koolzuurgas de volgende ijstijd kunnen uitstellen en de
landbouwproductie kunnen opvoeren zodat de honger uit de wereld
verdwijnt? Of moeten we er bang voor zijn, omdat de zeespiegel stijgt
en de gletsjers smelten?
‘HET IS MENSELIJKE HOOGMOED TE DENKEN DAT WIJ DE
THERMOSTAAT VAN DE AARDE NAAR BELIEVEN EEN GRAADJE WARMER OF KOUDER
KUNNEN DRAAIEN.’
En als we er bang voor zijn, wat moeten we er dan tegen doen? Energie
sparen? Bomen planten? Dijken bouwen? Zonnecellen in de woestijn
plaatsen? Koolzuurgas in de grond spuiten? Deze maatregelen hebben
allemaal hun voor en hun tegen, en we weten vaak niet of ze wel het
beoogde effect zullen hebben. En áls we dan besluiten het één wel en
het ander niet te doen, hoe moeten we dat dan betalen? Emissierechten
verkopen? Fossiele brandstoffen belasten? Elk boek propageert zijn
eigen strategie – hoe moet je daaruit kiezen? Al die mensen roepen dat
zij gelijk hebben maar geen gelijk krijgen. En dan denken ze: hoe
harder ik schreeuw, hoe beter ik word gehoord. Maar zo werkt het niet,
want iedereen schreeuwt door elkaar, zodat je niemand kunt verstaan.
Mijn vader beweerde altijd dat het Romeinse Rijk aan loodvergiftiging
ten onder is gegaan. Als medicus was het voor hem niet meer dan
vanzelfsprekend dat een volk dat wijn drinkt uit loden kruiken
uiteindelijk zichzelf ten gronde richt. Op school grapte de onderwijzer
dat je van koffie rode haren of een groene buik krijgt, en als je niet
net zoals Joris Driepinter driekwart liter melk per dag dronk, zou het
slecht met je aflopen. Tegenwoordig denkt men juist dat het slecht met
je afloopt als je wél dagelijks driekwart liter melk drinkt. Als
gezagsgetrouwe mensen ergens aan dood gaan, dan is het wel aan de
stress die de elkaar steeds tegensprekende adviezen bij hen oproepen.
Inmiddels heb ik twintig koerswijzigingen van het Voorlichtingscentrum
voor voeding doorstaan, vooral door me er weinig van aan te trekken.
Zodoende ben ik ook enigszins immuun geworden voor alarmverhalen dat de
wereld vergaat. Overkill werkt averechts. En dat is precies het effect
van al die klimaatboeken.
De politiek kan slecht omgaan met onzekerheid. Zij volgt daarom
blindelings de adviezen van het Intergovernmental Panel for Climate
Change (IPCC), het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat begin 2007
zijn vierde rapport uitbracht. Maar wie die rapporten achter elkaar
beziet, ontdekt dat ook het IPCC voortdurend van mening verandert.
Eerst beweerde men dat er in de laatste duizend jaar een warme
middeleeuwse periode en een kleine ijstijd waren geweest. In een
volgend rapport waren die ineens verdwenen en leek de gemiddelde
temperatuur op aarde sinds het jaar 1000 stabiel, totdat zij rond 1850,
bij het begin van de Industriële Revolutie, scherp begon te stijgen.
Dat was de veelbesproken hockeystickcurve.
In het laatste rapport, van 2007, mogen de warme middeleeuwse periode
en de kleine ijstijd schoorvoetend weer aan een hoekje van de tafel
komen zitten. Eerst was de maximaal te verwachten zeespiegelstijging
drieënhalve meter, nu maar een halve meter. Als het IPCC zelf zijn
standpunten sneller herziet dan politici maatregelen kunnen nemen, wat
moeten die politici dan doen? Dan laten zij maar de scenario’s
uitwerken die hun het beste uitkomen, zoals de Deltacommissie in
Nederland doet, waardoor Duitse onderzoekers aan hún politici moeten
uitleggen waarom de zeespiegel in Nederland harder zal stijgen dan in
Duitsland.
‘HET KLIMAATPANEL VAN DE VN HERZIET ZIJN STANDPUNTEN SNELLER DAN POLITICI MAATREGELEN KUNNEN NEMEN.’
En of de duvel ermee speelt, als je in het spoor van het IPCC écht bang
bent geworden dat de wereld zal overkoken door opborrelend broeikasgas,
dan blijkt het gevaar ineens uit een heel andere hoek te komen. De
financiële crisis doet alle zorgen om het klimaat als sneeuw voor de
zon verdwijnen.
Die crisis is een zegen – voor de klimaatalarmisten omdat een
stagnerende economie de beste manier is om de uitstoot van koolzuurgas
te verminderen en voor de klimaatsceptici omdat zij nu eerst uit alle
macht moeten proberen hun beleggingen te redden; maar ook voor de
politici, want zij moeten de honderden miljarden die ze hadden willen
gebruiken om de thermostaat van de aarde een tandje lager te zetten, nu
eerst aanwenden om hun eigen economie weer op de been te helpen.
Antiglobalisten als de Britse econoom Noreena Hertz zijn in verwarring,
zo blijkt uit een recent interview in
NRC Handelsblad.
Want moet je nu zeggen: minder consumeren voor het klimaat en de
kleinschaligheid, of meer consumeren voor de economie? Ze kwam er niet
uit.
Intussen is de gemiddelde temperatuur op aarde al ver vóór de
economische crisis vanzelf opgehouden met stijgen, terwijl de uitstoot
van broeikasgassen wel nog steeds groeit. Ook de zeespiegel maakt geen
haast om aan de voorspelde snellere stijging mee te werken. Mijn
voorspelling is dat wij over dertig jaar nog steeds niet zeker zullen
weten of onze emissies nu invloed hebben gehad op het klimaat of niet.
Maar niemand zal zich er dan nog druk om maken, want het wordt intussen
al jaren kouder.
Dat het gehalte koolzuurgas in de atmosfeer stijgt, weten we dankzij de
vorige financiële crisis. De ontdekker van die stijging, Charles David
Keeling, was de zoon van een econoom die in de jaren na de Grote
Depressie hartstochtelijk pleitte voor een herstructurering van het
bankwezen. Een overdosis economie aan de ontbijttafel deed Keeling zijn
carrière in iets anders zoeken.
Fixing Climate
van oceanograaf Wallace Broecker en wetenschapsjournalist Robert Kunzig
staat vol met mooie anekdoten. Het is een van de weinige boeken die
niet op hol geslagen zijn.
In 1958 begon Keeling met een zelfontworpen instrument op de
noordelijke helling van de vulkaan Mauna Loa op Hawaii het koolzuurgas
in de atmosfeer te meten. Aanvankelijk dacht hij dat zijn metingen een
fout bevatten, want CO2 steeg in de vroege lente, daalde in de zomer en
steeg weer in de winter. Maar het jaar daarop herhaalde dit patroon
zich, dus moest het betekenis hebben: wanneer de blaadjes aan de bomen
komen, beginnen ze koolzuurgas uit de lucht te halen voor de
fotosynthese, maar als ze in de herfst weer op de grond vallen,
verteren ze en keert het koolzuurgas terug in de atmosfeer. Dit is de
verklaring voor het zaagtandpatroon in de beroemde Keeling Curve. Dat
deze curve beroemd is geworden, kwam echter niet door dat patroon, maar
doordat de zaagtand elk jaar op een hoger niveau begon: het gehalte
koolzuurgas in de atmosfeer nam jaarlijks toe, een trend die tot op
heden doorgaat. Toen Keeling begon te meten, zaten er zo’n 315 delen
per miljoen koolzuurgas in de lucht, nu zijn dat er 385 per miljoen.
Aan de isotopensamenstelling van de koolstof in het koolzuurgas is te
zien dat deze toename het gevolg is van het verbranden van fossiele
brandstoffen. Daaraan twijfelt niemand.
‘OOK DE ZEESPIEGEL MAAKT NOG GEEN HAAST OM AAN DE VOORSPELDE SNELLERE STIJGING MEE TE WERKEN.’
Broecker is niet alleen eerste auteur maar ook hoofdpersoon van het
boek. Hij werd beroemd door als eerste te opperen dat de grote lopende
band van warm en koud water in de oceanen, waarvan de Warme Golfstroom
een onderdeel is, wel eens zou kunnen blokkeren als het klimaat warmer
wordt – een idee dat hij overigens wel van iemand anders had opgepikt:
Broecker is een intellectuele ekster, zegt coauteur Kunzig, die zelf
overigens keurig buiten beeld blijft. Tegenwoordig wordt het
noordwaarts stromende oppervlaktewater in de Noordelijke Atlantische
Oceaan door de verdamping steeds zouter en daardoor ook zwaarder –
totdat het zo zwaar wordt dat het naar de diepte wegzinkt en over de
bodem van de oceaan terugstroomt naar het zuiden. Dat is de motor van
de circulatie die zich over alle oceanen uitstrekt, en die ook door
Broecker is ontdekt.
Maar als de ijskap van Groenland smelt, komt er zoveel zoet water vrij
dat de motor gaat haperen en de Warme Golfstroom ophoudt. Grote delen
van de Verenigde Staten en West-Europa moeten dan plotseling de
heilzame warmte van de Golfstroom missen en gaan als het ware een
nieuwe ijstijd in. Dit is het scenario dat uitgewerkt is in de film
The Day after Tomorrow
(2004), waarin heel Amerika door ijs wordt bedekt en de bevolking naar
Mexico moet vluchten. Maar op de enige lezing die ik Broecker zelf heb
horen geven, in 2004 op het Internationaal Geologisch Congres in
Florence – grote bril, verwaaide haren, grootvaderlijk sonore stem –
relativeerde hij dit gevaar weer, misschien geschrokken van de impact
van de film. Hij had ongemakkelijk in zijn bioscoopstoel zitten
schuiven toen hij die zag, schrijft Kunzig (of Broecker).
Fixing Climate is het aardigste boek uit de rij dat ik wél
gelezen heb, niet alleen vanwege de sympathieke (auto)biografie, maar
ook door het hardop filosoferen over wat je zou kunnen doen om het
koolzuurgas weer uit de atmosfeer te krijgen – zoals een Chinese Muur
van verticaal opgehangen plastic vellen die het gas absorberen als de
wind erdoorheen waait.
Scrubbing the air, de lucht
schoonpoetsen, noemt Broecker dat. Hij neemt regelmatig de
klimaatsceptici de wind uit de zeilen, gaat in op hun argumenten, maar
spaart evenmin de bedenkers van de hockeystickcurve en toont aan dat er
ook in de Verenigde Staten wel degelijk sporen zijn van de warme
middeleeuwse periode.
Je ziet Broecker ook twijfelen aan alle grootscheepse plannen. Het
bestrooien van de oceanen met ijzer om de fotosynthese van het plankton
te versnellen is net zoiets als het invoeren van konijnen in Australië,
zegt hij. Toch komt de gedachte dat al die middelen misschien erger
zijn dan de kwaal niet over zijn lippen. Hij blijft overtuigd van de
schade die onze emissies aan ons klimaat toebrengen.
‘BELASTINGEN HEBBEN NOG NOOIT EEN LUCHTVERVUILINGSPROBLEEM OPGELOST.’
De Amerikaanse klimatoloog William Ruddiman gaat in
Plows, Plagues, and Petroleum. How Humans Took Control of Climate nog een stapje verder. Ruddiman is vooral bekend van zijn magistrale standaardwerk
Earth’s Climate. Past and Future
(2001), verreweg het beste boek over klimaatveranderingen in verleden
en heden. Daarin bewaakte hij nog streng de objectiviteit. Maar in zijn
nieuwe boek kan ook Ruddiman het niet laten op hol te slaan en lijkt
hij tevergeefs te willen meeliften op het succes van de bestseller
Guns, Germs and Steel (1997) van evolutionair bioloog Jared Diamond.
De mensheid is volgens Ruddiman al achtduizend jaar bezig het klimaat
te veranderen met de koolzuurgasuitstoot bij ontbossing en landbouw en
daardoor zouden wij het begin van de volgende ijstijd hebben voorkomen.
De pest in de veertiende eeuw zou het leven hebben gekost aan zoveel
mensen dat in de landbouwgebieden het bos weer oprukte. Daardoor daalde
het koolzuurgasgehalte in de atmosfeer en begon de kleine ijstijd.
Helaas weten we ook dat de kleine ijstijd al begonnen was vóór de pest
in Europa arriveerde, zoals onlangs nog eens mooi beschreven werd door
Wolfgang Behringer in
Kulturgeschichte des Klimas
(2007). ‘The important thing is not to identify yourself too closely
with your own theories – not to get too attached’, schrijven Broecker
en Kunzig in
Fixing Climate. Een wijze les die Ruddiman en veel
van die andere driehonderd boekenschrijvers lijken te zijn vergeten. De
kleine ijstijd lijkt vooral te maken te hebben met een verminderde
zonneactiviteit: ook Broecker onderschrijft dat – overigens de enige
keer dat in
Fixing Climate de rol van de zon ter sprake komt.
De zon speelt juist de hoofdrol in twee boeken van uitgesproken klimaatsceptici:
Unstoppable Global Warming, Every 1500 Years van Fred Singer en Dennis Avery, en
The Chilling Stars. A New Theory of Climate Change
van Henrik Svensmark en Nigel Calder. Singer, klimaatfysicus en
emeritus hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Virginia, is de
eerbiedwaardige nestor van de klimaatsceptici. Vorig jaar, op zijn 84e,
kwam hij nog voor een volle zaal aan de Technische Universiteit Delft
het rapport toelichten van zijn NIPCC (Non-governmental International
Panel for Climate Change) – glashelder en overtuigend. Als het
koolzuurgas de schuld is van de opwarming, zoals het IPCC zegt, zou
volgens alle modellen ook de troposfeer, de onderste tien kilometer van
de atmosfeer, moeten opwarmen. Maar dat gebeurt niet: de troposfeer
wordt juist kouder. En zo haalt Singer meer stellige beweringen van het
IPCC flink onderuit.
Zijn boek
Unstoppable Global Warming is een nogal
kortademige collage van losse stukken, niet bepaald aangenaam om te
lezen, maar wel een polemische en goed gedocumenteerde aanval op alles
en iedereen die gelooft in
Anthropogenic Global Warming: de
door menselijk handelen veroorzaakte opwarming van de aarde. Wat veel
waarschijnlijker is, zegt Singer, is dat het de schuld van de zon is.
Want als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat er een cycliciteit
van 1500 jaar in het klimaat zit: wij komen nu net uit de laatste koude
cyclus van de kleine ijstijd.
‘HET IS VEEL WAARSCHIJNLIJKER DAT DE OPWARMING VAN DE AARDE DE SCHULD VAN DE ZON IS.’
Deze wijsheid is vooral afkomstig uit het werk van de Deense meteoroloog Svensmark, eerste auteur van
The Chilling Stars. Zijn coauteur, de bejaarde Britse wetenschapsjournalist Calder – die eerder naam maakte met het boek
De grillige zon (1997) – was vorig jaar ook in Nederland, in Science Center NEMO, maar kon in een discussie met Martijn van Calmthout van
de Volkskrant niet veel meer uitbrengen dan
name-dropping
van mensen die het met hem eens waren. Stoppen is ook een kunst.
Svensmarks ideeën waren een betere verdediging waard geweest, want zij
zouden wel eens de oplossing van de klimaatcontroverse kunnen inleiden.
Volgens Svensmark ontstaan veel wolken, vooral in de lagere luchtlagen,
doordat geladen deeltjes uit de ruimte, de kosmische straling, als
condensatiekernen voor waterdruppels fungeren. Wanneer de zon actief
is, wordt de aarde sterk afgeschermd van die kosmische straling en
ontstaat er weinig lage bewolking. Het klimaat is dan gemiddeld warm en
droog, zoals in de warme middeleeuwse periode. Maar als de zon niet zo
actief is, is er juist veel kosmische straling en dus ook veel lage
bewolking. Dan hebben we een nat en koel klimaat, zoals in de kleine
ijstijd. De klimaatcycli lijken netjes in de pas te lopen met de
variaties in zonneactiviteit. Het IPCC heeft hiermee nog geen rekening
gehouden, onder meer omdat wolken eigenlijk te klein zijn om mee te
draaien in wereldwijde klimaatmodellen. Svensmark probeert nu
experimenteel wolken te genereren op de manier van de oude fysici in
hun nevelkamers, want het is nog steeds onduidelijk hoe groot hun
effect is.
Maar in zijn drang om álles vanuit de kosmische straling te verklaren,
slaat ook Svensmark weer op hol. Zo verklaart hij de afwisseling van
hele lange warme en koude periodes in de aardgeschiedenis uit een
zonnecyclus van 143 miljoen jaar, die weer te maken zou hebben met de
omloopsnelheid van ons zonnestelsel in het Melkwegstelsel. Het is een
variant op de
Pulse of the Earth van de Delftse oud-hoogleraar J.H.F. Umbgrove, die onlangs door zijn kleinzoon Arthur Umbgrove in diens mooie roman
De hartslag van de aarde (2008) aan de vergetelheid werd ontrukt. Maar de meeste geologen verklaren de lange cycli liever met de plaattektoniek.
Don’t get too attached, Henrik.
‘MOET JE NU ZEGGEN: MINDER CONSUMEREN VOOR HET KLIMAAT EN DE KLEINSCHALIGHEID, OF MEER CONSUMEREN VOOR DE ECONOMIE?’
Als je dan toch gelooft dat het klimaat door ons toedoen verandert, wat
moet je dan doen? Het is natuurlijk veel beter om minder koolzuurgas
uit te stoten dan te proberen het weer uit de lucht te halen, stellen
Fred Krupp en Miriam Horn in
Earth: the Sequel. The Race to Reinvent Energy and Stop Global Warming.
Eerst een gat maken om steenkool uit de grond te halen en vervolgens
nog meer gaten maken om het koolzuurgas weer in de grond te stoppen?
Alleen je hond zou zoiets kunnen verzinnen, zeggen ze. Krupp en Horn
voeren een bijna hilarische carrousel op van uitvinders die allemaal
nieuwe manieren hebben bedacht om energie op te wekken zonder
broeikasgassen te produceren. Zonnecellen, zonnewarmte, getijden,
biomassa, aardwarmte, ze komen allemaal voorbij in een fantastische
optocht van wilde jongens met briljante ideeën, die er tientallen
miljoenen dollars durfkapitaal doorheen jagen om dé oplossing van het
energieprobleem in hun achtertuin te bouwen.
Maar hun projecten sterven vrijwel zonder uitzondering in schoonheid en
schulden. Hun efficiency is te laag, of ze produceren toch te weinig
energie, of ze blijven te duur, of ze werken alleen als de zon schijnt,
of ze zijn niet op te schalen, of hun opgewekte energie kan niet
opgeslagen worden, of ze liggen in de woestijn waar geen
hoogspanningsmasten zijn, of ze nemen te veel ruimte in beslag, of ze
verdrinken in een bureaucratisch moeras van elkaar tegensprekende
vergunningenstelsels. Het zijn allemaal verhalen van mensen die tot op
het bot gemotiveerd zijn om iets nieuws te vinden, vallen, opstaan,
weer opnieuw beginnen, van geen ophouden weten. Je zit hier in de
oersoep van de innovatie, heel wat anders dan ons eigen
Innovatieplatform, dat blijft wat het zegt dat het is: plat.
Krupp, de eerste auteur van
Earth: the Sequel, is
President van het Environmental Defense Fund, dat in tegenstelling tot
onze eigen Milieudefensie niet probeert defensief groei af te remmen,
maar juist gelooft dat het marktmechanisme de beste ideeën zal
opleveren. Belastingen hebben nog nooit een luchtvervuilingsprobleem
opgelost, zegt Krupp, en regeringen moeten geen subsidie geven voor
processes zoals zonnecellen, maar voor
performance: voor resultaat gemeten in de verminderde uitstoot van broeikasgassen. De enige manier om dat te bewerkstelligen is
cap-and-trade,
een systeem van door bedrijven aan te kopen emissierechten, waarbij elk
bedrijf een plafond krijgt voor de maximaal toegestane uitstoot van
koolzuurgas. Blijft het daaronder, dan kan het die emissierechten
verkopen aan een ander bedrijf, dat daaraan niet zo gemakkelijk kan
voldoen. Dit is dus een stimulans voor het vinden van nieuwe
energievormen; het bedrijf kan zelf bepalen op welke wijze het denkt de
uitstoot te kunnen reduceren. Wanneer de prijs voor het recht een ton
koolstof uit te stoten boven de 30-45 euro komt, kunnen nieuwe vormen
van energieopwekking concurreren met fossiele brandstoffen.
‘DE MENS KAN NET ZO MIN EEN KLIMAATBELEID VOEREN ALS DE MIER EEN AUTOBELEID.’
Ik heb geen verstand van economie. Ik herken geld wel als het
voorbijkomt, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Maar zelfs ik kan
in het boek
A Question of Balance van de gezaghebbende econoom William Nordhaus de redenering volgen waarom
cap-and-trade
inderdaad een beter idee is dan belasting heffen. Nordhaus’ economisch
model DICE (Dynamic Integrated Model of Climate and the Economy) laat
bovendien zien dat je het beste resultaat bereikt als je kalmpjes aan
begint met het treffen van economische maatregelen tegen de uitstoot,
en die pas later geleidelijk aan opvoert. Daarmee gaat hij lijnrecht in
tegen Sir Nicholas Stern, die in 2006 de Britse regering adviseerde om
juist in het begin heel diep te snijden. De economen zijn het dus net
zo min met elkaar eens als de klimatologen.
Krupp en Horn, maar ook Nordhaus, hebben geluk gehad dat hun boeken net
uitkwamen vóór de financiële crisis, want de prijs voor emissierechten
van een ton koolstof is gezakt van 31 euro vorige zomer naar een euro
of acht. Bedrijven in geldnood verkopen nu massaal hun emissierechten
voor afbraakprijzen en het woord ‘innovatie’ willen ze voorlopig even
niet horen.
Wie zes in plaats van driehonderd boeken nog steeds te veel vindt om te
lezen, heeft baat bij de door Ernesto Zedillo geredigeerde bundel
Global Warming. Looking beyond Kyoto: een verzameling essays van zowel voor- als tegenstanders van de
Anthropogenic Global Warming-hypothese
en van het emissierechtensysteem. Knap van Zedillo om al die grote
ego’s in één boek te krijgen. Zo staat de Duitse klimaatpaus Stefan
Rahmstorf lijnrecht tegenover klimaatscepticus Richard Lindzen en mogen
ze op elkaar schieten: ‘Mijn eerste reactie was ongeloof’, schrijft
Rahmstorf over Lindzen, hoe kán hij dat menen? Gelooft hij écht in een
wereldwijde samenzwering van klimatologen die omwille van persoonlijk
gewin het publiek misleiden? Het aardige is dat Rahmstorf zelf toegeeft
ook eerst scepticus geweest te zijn. Hij kan het natuurlijk niet maken
om nu opnieuw van mening te veranderen. En daarbij zijn we bij de
achilleshiel van voor- en tegenstanders in het klimaatdebat: hun
persoonlijke prestige. Liever op hol geslagen dan voor draaikont te
worden uitgemaakt. En dat geldt niet alleen voor wetenschappers, maar
nog meer voor politici.
Nederland, de Europese Unie, de Verenigde Naties, ze hebben allemaal
ingezet op reductie van de uitstoot van broeikasgassen. En ook het
bedrijfsleven, want CO2 is een
business case
geworden. Je kunt klimaatneutraal de wereld rond vliegen, een
klimaatneutrale hypotheek afsluiten, klimaatneutraal naar het
Concertgebouw, klimaatneutrale tapijttegels voor de haard laten leggen.
En ook
big oil and coal zijn om, want er valt veel geld te
verdienen aan het ondergronds opslaan van koolzuurgas. Of het
broeikasverhaal klopt of niet, is niet eens meer interessant voor hen.
‘OVER DERTIG JAAR ZULLEN WIJ NOG STEEDS NIET ZEKER WETEN OF ONZE EMISSIES NU INVLOED HEBBEN GEHAD OP HET KLIMAAT OF NIET.’
Maar wat als Svensmark nu eens gelijk heeft, zoals ik vermoed? Wat als
het toch de zon is die de klimaatverandering veroorzaakt en niet de
broeikasgassen? Wat als de temperatuur nog verder gaat dalen, zoals ook
onze bekende Nederlandse astrofysicus Kees de Jager veronderstelt? Dan
lijkt al die kippendrift om de uitstoot te beperken voor niets te zijn
geweest. Dan blijkt dat wij ten onrechte verzuimd hebben onderscheid te
maken tussen twee totaal verschillende zaken: energiebeleid en
klimaatbeleid.
Verstandig energiebeleid is heel belangrijk. Zuinig zijn met
grondstoffen en duurzame vormen van energie ontwikkelen is altijd goed,
of het nu warmer wordt of kouder, want straks zijn olie en gas op en
dan moeten we toch iets anders hebben. Krupps uitvinders blijven nodig.
Maar klimaatbeleid bestaat eigenlijk niet. Het is menselijke hoogmoed
te denken dat wij de thermostaat van de aarde naar believen een graadje
warmer of kouder kunnen draaien. De mens kan net zo min een
klimaatbeleid voeren als de mier een autobeleid. We snappen niet goed
genoeg hoe het werkt.
Toch hebben we het energiebeleid opgehangen aan iets waarvan wij dénken
dat het klimaatbeleid is: het reduceren van de uitstoot van
koolzuurgas. Dat kan vervelende gevolgen hebben. Want als het inderdaad
kouder zou worden in plaats van warmer, zullen de mensen zeggen: zie je
wel, het broeikasverhaal klopt niet, we kunnen rustig doorgaan met
stoken – en ze scheuren nog eens lekker door de bocht met hun
benzineslurper. Door de koppeling van energiebeleid en klimaatbeleid
lopen we het risico dat er straks geen stimulans meer is om energie te
sparen. Politici kúnnen niet meer draaien, ze hebben zichzelf muurvast
gemanoeuvreerd. Het klimaat móét warmer worden, anders rollen hun
koppen, en die van hun wetenschappelijke adviseurs. Vandaar de steeds
schrillere toon.
Salomon Kroonenberg is hoogleraar geologie aan de Technische Universiteit Delft en schrijver van het boek De menselijke maat. De aarde over tienduizend jaar (Uitgeverij Atlas, 2006).
Besproken boeken:
 |
A QUESTION OF BALANCE - WEIGHING THE OPTIONS ON GLOBAL WARMING POLICIES door William Nordhaus Yale University Press. New Haven 2008.
192 pag. , € 28,00
|
 |
EARTH: THE SEQUEL - THE RACE TO REINVENT ENERGY AND STOP GLOBAL WARMING door Fred Krupp en Miriam Horn W.W. Norton & Co. New York 2008.
256 pag. , € 15,50
|
 |
FIXING CLIMATE. WHAT PAST CLIMATE CHANGES REVEAL ABOUT THE CURRENT THREAT - AND HOW TO COUNTER IT door Wallace S. Broecker en Robert Kunzig Hill and Wang. New York 2008.
272 pag. , € 13,85
|
 |
GLOBAL WARMING. LOOKING BEYOND KYOTO door Ernesto Zedillo (red.) Yale University Press. New Haven 2008.
237 pag. , € 23,60
|
 |
PLOWS, PLAGUES, AND PETROLEUM - HOW HUMANS TOOK CONTROL OF CLIMATE door William Ruddiman Princeton University Press. Princeton 2005.
224 pag. , € 17,75
|
 |
THE CHILLING STARS. A NEW THEORY OF CLIMATE CHANGE door Henrik Svensmark en Nigel Calder Icon Books. Londen 2007.
256 pag., € 15,50
|
 |
UNSTOPPABLE GLOBAL WARMING, EVERY 1500 YEARS door S. Fred Singer en Dennis T. Avery Rowman & Littlefield Publishers. Lanham, MD 2008.
278 pag. , € 17,75
|
Literatuur:-
W. Behringer.
Kulturgeschichte des Klimas. Von der Eiszeit bis zur globalen Erwärmung. C.H. Beck Verlag. München 2007.
-
N. Calder.
De grillige zon. De onthullende waarheid over het broeikaseffect. Uitgeverij Schuyt. Haarlem 1997.
-
J. Diamond.
Guns, Germs and Steel. The Fates of Human Societies. W.W. Norton & Co. New York 1997.
-
W. Ruddiman.
Earth’s Climate. Past and Future. W.H. Freeman. New York 2001.
-
A. Umbgrove.
De hartslag van de aarde. Uitgeverij Contact. Amsterdam 2008.